Het Marineterrein, onderdeel van Kattenburg, vormt als voormalige scheepswerf en vlootbasis een uniek stukje Amsterdam. Voor omwonenden, maar ook voor het grote publiek representeert het tegelijkertijd een relatief onbekend stuk van de Nederlandse militaire en sociaaleconomische geschiedenis. Weinig delen van Amsterdam hebben zo’n rijke historie en zijn zo vaak van vorm en functie veranderd. Met de voorgenomen gebiedstransformatie van het Marineterrein kan de geschiedenis als kompas, referentiekader of juist contrapunt dienen om het terrein met de andere eilanden en de binnenstad te verbinden.
De geschiedenis van het Marineterrein op Kattenburg is nauw verbonden met die van de stad en zelfs Nederland als geheel. Vanaf de 17e eeuw tot 1915 werden hier oorlogsschepen gebouwd en onderhouden die Nederland in staat moesten stellen maritieme dreigingen het hoofd te bieden. Het terrein heeft door de jaren heen grote veranderingen ondergaan. Het heeft een geschiedenis als bakermat van technische innovaties en de arbeiders die er werkten staan aan de wieg van één van de eerste Nederlandse vakbonden.
Voor 1650: De groei van Amsterdam en haar scheepvaart veranderde de oostelijke stadsrand ingrijpend. Scheepswerven schoven steeds verder naar buiten en nieuwe eilanden werden aangeplempt om ruimte te maken voor wonen, handel en scheepsbouw. Deze ontwikkeling leidde in het midden van de zeventiende eeuw tot de aanleg van Kattenburg en de vestiging van ’s Lands Werf.
17e-18e eeuw: Rond 1700 was Kattenburg uitgegroeid tot een dichtbevolkte wijk waarin wonen en scheepsbouw nauw met elkaar verweven waren. ’s Lands Werf besloeg een groot deel van het eiland en bood werk aan honderden ambachtslieden en arbeiders. De muren en poorten van de werf scheidden deze militaire wereld van de wijk, maar in het dagelijks leven waren beide sterk met elkaar verbonden.
19e eeuw: In de negentiende eeuw veranderde de traditionele scheepstimmerwerf in een moderne industriële marinewerf. Stoomkracht, ijzeren schepen, pantserplaten en nieuwe wetenschappelijke ontwerpmethoden veranderden zowel de scheepsbouw als het terrein zelf. Tegelijkertijd liepen de steeds grotere oorlogsschepen tegen de ruimtelijke grenzen van het Oosterdok en de omliggende stad aan.
1940-1945: Tijdens de Duitse bezetting werd het Marine-Etablissement op Kattenburg door de Kriegsmarine in gebruik genomen en verder van de omliggende stad afgesloten. Het terrein maakte deel uit van een breder netwerk van Duitse militaire locaties in Amsterdam, terwijl oorlog, vervolging en bombardementen de stad en de bewoners van Kattenburg rechtstreeks raakten.
1915-heden: Na het verdwijnen van de Rijkswerf veranderde de verhouding tussen het Marineterrein en de woonwijk Kattenburg ingrijpend. De oude wijk raakte in verval en werd na de oorlog vrijwel volledig gesloopt en volgens moderne stedenbouwkundige idealen herbouwd. Terwijl wonen en werken eeuwenlang met elkaar verweven waren geweest, ontstond nu een scherpere ruimtelijke scheiding tussen de vernieuwde woonwijk en het afgesloten Marineterrein.
De Rijkswerf verdween in 1915 van Kattenburg. Al in de eeuw daarvoor was de bedrijvigheid en werkgelegenheid van de werf afgenomen. Dit stond in directe relatie met het welzijn van de woonwijk van Kattenburg. De veelal zeventiende-eeuwse panden verkrotten en verpauperden. Niet alleen Kattenburg was er slecht aan toe, alle drie de Oostelijke Eilanden kwamen in aanmerking voor sanering en krotopruiming. Na de Tweede Wereldoorlog braken er nieuwe tijden aan voor Amsterdam. Dat was tenminste de gedachte achter de plannen voor stadsvernieuwing. Het ideaalbeeld: Een modern huis, misschien zelfs met een tuintje, en ruimte voor de auto. Sloop dreigde voor grote delen van de binnenstad en de 19e-eeuwse wijken, die voor de politiek achteruitgang symboliseerden. Het wederopbouwplan van Kattenburg hing samen met vergelijkbare plannen voor wijken als de Jordaan en de Nieuwmarkt. Dit trof Kattenburg, en ook het Marineterrein, als eerste. De wijk moest gesloopt worden. In 1950 constateerde de gemeente dat de woningen op Kattenburg in mensonterende toestand verkeerden en presenteerde in 1953 het plan: Wederopbouwplan Oostelijke Eilanden. Het duurde nog tot in de jaren zestig tot de eerste panden gesloopt werden.1
Het Wederopbouwplan vertelt hoe slecht de staat van de woningen op Kattenburg was: ‘Op de Kattenburgerkade staan huis aan huis kelderwoningen (…) langs een smalle trap dient men hier eerst een tweetal meters af te dalen voordat men de voordeur bereikt. (…) de indeling bestaat uit een voorkamer, een tussenkamer en een achterkamer. De lichtinval in deze woningen is zeer schaars. Twee ramen van elke een vierkante meter laten weinig licht door’. En: ‘Het zou niet tot een bevredigende oplossing kunnen leiden, wanneer slechts de westzijde van deze bouwblokken zou worden gesloopt, waardoor de onooglijke achtergevels van de huizen, gelegen aan de Kleine Kattenburgerstraat, in het gezicht zouden komen’.1
De sloop van Kattenburg betekende grote veranderingen voor de wijk. In de plaats van de gesloopte huizenblokken kwam nieuwbouw. Ook de activiteiten op en rond het Marineterrein veranderden van vorm. De aanleg van de IJ-tunnel zorgde voor een ingrijpende verandering op de kaart van het Marineterrein. Van het oude Kattenburg zelf bleef eigenlijk niets over. Zelfs de historische gevels aan het Kattenburgerplein zijn een reconstructie…
Kattenburgerstraat (voormalige ‘Grote’) 150 t/m 160 (vrnl.). Collectie Stadsarchief Amsterdam .
Er wordt meestal gesproken van de wederopbouw van Kattenburg. Maar niet heel het eiland was besloten in het plan. De grens van het Wederopbouwplan Oostelijke Eilanden, liep duidelijk over de (Grote) Kattenburgerstraat: ‘langs de westelijke rooilijn van de Grote Kattenburgerstraat, zodat de werf niet in het plan is begrepen’, aldus het Wederopbouwplan. De oude scheepswerf, inmiddels het marine-etablissement, was geïsoleerd van de plannen. Ook in deze periode, fungeerde de Kattenburgerstraat als grens op het eiland.
Vervolgens werd de Kattenburgerstraat ook nog eens flink verbreed. De straat was een veelgebruikte verbinding tussen de binnenstad en het Oostelijk Havengebied maar was hier eigenlijk veel te smal voor. Aan beide kanten van de nieuwe weg kwamen fietspaden en een groene strook met bomen tussen de straat en huizen. Een groot verschil met de nauwe straat die twee-en-een-halve eeuw tussen de werfmuur en de woningen had gelopen.1 Met de flinke verbreding van de Kattenburgerstraat was de grens tussen het Marineterrein en de wijk misschien wel scherper dan ooit. Nu de bewoners van Kattenburg ook niet meer collectief werkzaam waren op de werf werd het Marineterrein echt afgescheiden van de rest van Kattenburg.
Grote Kattenburgerstraat 7-17C. Collectie Stadsarchief Amsterdam .
Om Kattenburg opnieuw op te bouwen moest er eerst worden gesloopt. Men begon in de jaren zestig met de sloop van de eerste panden, tot heel Kattenburg letterlijk plat was. Niks van de oude zeventiende-eeuwse wijk was nog over. Ook het stratenplan, met de Grote en Kleine Kattenburgerstraat, al haar dwarsstraatjes en de Kattenburgerkade ging op de schop en was niet meer te herkennen. In 1973 werd de eerste paal geslagen van de nieuwbouw op Kattenburg. Geen herbouw van de zeventiende-eeuwse pandjes maar nieuwe frisse woningen met licht en ruimte! Er kwamen 620 nieuwe woningen in galerijflats met liften en een parkeergarage. Het historische karakter van de wijk veranderde dus ingrijpend.1
Sloop en nieuwbouw op Kattenburg. Collectie Stadsarchief Amsterdam .
Het eiland Kattenburg kende altijd een mengvorm van industrie en wonen. Er waren natuurlijk de scheepswerven, maar ook tussen de woningen hadden industriegebouwtjes en opslagplaatsen gestaan. Deze mengvorm en daarmee deels het industriële karakter van de wijk verdween met de komst van de nieuwbouw. De binnenterreinen tussen woningen waren in het nieuwe plan bestemd voor speeltuinen en gemeenschappelijke tuinen, helemaal in lijn met het licht-en-ruimte principe. Het Wederopbouwplan: ‘Het is echter wenselijk, dat een zich op het binnenterrein van een der bouwblokken bevindend industriegebouw en kolenopslagplaats in de toekomst verdwijnen en de hierdoor vrijkomende gronden voor de aanleg van gemeenschappelijke tuinen worden bestemd, die eventueel van een speelgelegenheid kunnen worden voorzien.
Derde Kattenburgerdwarsstraat 8-16. Collectie Stadsarchief Amsterdam .
Kattenburg met speelplaats op binnenterrein. Tweede fase. Ontworpen door Apon, Van den Berg, Ter Braak, Tromp. Collectie Stadsarchief Amsterdam .